
Op een Anatol-flashcure-apparaat is elke tijd die verloren gaat door het opnieuw aansluiten van de circuits onacceptabel. We hebben een sluitmechanisme voor de UV-lamp ontwikkeld dat gemakkelijk kan worden geïntegreerd: het kan direct worden gebruikt zonder dat er extra kabels hoeven te worden aangesloten. Hierdoor blijft de spectrale uitstroom onder controle, zodat de harsvorming consequent verloopt.
Wat belangrijk is achter de schermen Het sluitmechanisme maakt gebruik van een hoogprecies mechanisch apparaat dat precies op het juiste moment wordt geactiveerd. De belichting begint pas wanneer het kwikdampsignaal de vereiste stabiliteit bereikt. Hierdoor wordt voorkomen dat er een ongewenste spectrale piek ontstaat, waardoor de oppervlakte niet goed wordt gehard, vooral bij dikke inktlagen. De uitgestraalde energie blijft stabiel tussen 365–395 nm, zodat deze overeenkomt met de absorptie van de fotoinitiator. De maximale stralingsintensiteit ligt boven 1,8 W/cm² op het substraatoppervlak. De dosisvariatie bedraagt maximaal ±3% per keer. De reflector bevat een dichroïsche laag om de IR-belasting te beperken; hierdoor stijgt de temperatuur van het substraat niet boven 10°C, zelfs bij hoge energiedichtheden.
Waarom het past bij de Anatol-setup Het apparaat kan eenvoudig worden geïnstalleerd in de Anatol-flashcure-apparatuur, zonder dat er nieuwe kabels of programmeringen nodig zijn. U kunt de bestaande hoge-drukvlammentlamp en voedingsbron behouden. Het sluitmechanisme vermindert de verspilling van energie, reduceert de productie van ozon en verlengt de levensduur van de lamp, omdat de lamp niet onnodig aanstaat. Hierdoor wordt de cyclusduur voor het drogen van inkt sneller, wordt de kwaliteit van de afgedrukte punten beter en worden er minder producten afgekeurd vanwege onvolledige kruislinking. De energieverbruik neemt af, omdat de lamp niet de hele tijd aanstaat.
Praktische details Het apparaat heeft dezelfde spanning en specificaties als de originele lamp, binnen een marge van ±5%. Controleer goed de geometrie van de reflector en de brandpuntsafstand, zodat het gewenste stralingsprofiel behouden blijft. Voor de beste resultaten is het raadzaam om met een gekalibreerde spectrale radiometer te meten en de dosis op het substraat te controleren, en niet bij het lampoppervlak.