
Bij medische apparaten is validatie geen simpel proces dat met één keuzevak kan worden afgehandeld. Eén enkele microbe is al voldoende om de hele productiecyclus in twijfel te trekken. De cycli moeten voldoen aan de vereisten voor desinfectie, zonder dat de materialen beschadigen.
Wanneer uw CE-gecertificeerde UVC-systeem wordt gebruikt voor terminale sterilisatie, is de spectrale zuiverheid cruciaal. Hierdoor kan worden bepaald of de behandeling succesvol is of dat er herwerking nodig is.
Onze gallium-gedopeerde UVC-lampen hebben een nauwkeurige uitstoot van licht op 254 nm. Er is geen sprake van brede frequenties die worden omgezet in hitte en ozon. Deze golflengte is niet willekeurig gekozen: deze past precies bij het absorptiepunt van DNA en RNA. Hierdoor krijgt u meer energie per watt.
De dodelijkheid van deze lampen is voorspelbaar, omdat deze kan worden gemeten. De dosis is gelijk aan de intensiteit van het licht (in mW/cm²) vermenigvuldigd met de expositietijd. Dit kan worden gemodelleerd, gemeten en gecontroleerd.
In tegenstelling tot kwikdampbronnen, die na verloop van tijd hun prestaties verminderen, behouden deze lampen hun spectrale stabiliteit. Na 9.000 uur daalt de uitstoot minder dan 5%, en blijft de piekintensiteit constant.
Dit werkt goed voor medische desinfectie. U heeft immers reproduceerbare en controleerbare resultaten nodig. Gallium-UVC-lampen verkorten de productietijd, omdat de energie precies op de juiste plek terechtkomt, en niet als overtollige warmte.
Dit betekent meer productiecapaciteit, minder energieverbruik en minder schade aan gevoelige polymeren. Het CE-gecertificeerde ontwerp zorgt voor naleving van de ISO-normen. Bovendien houdt het smalle spectrum de fotochemische reacties onder controle, zodat verpakkingen en onderdelen intact blijven, terwijl u toch de gewenste resultaten bereikt.
Enkele belangrijke punten om in gedachten te houden: Gallium-UVC-lampen hebben specifieke eisen wat betreft de alignering van de reflector en de werktemperatuur. Zorg ervoor dat de lamp wordt gebruikt met een reflector zonder ozon en met een dichroïsche coating die is afgesteld op 254 nm. Houd ook de luchtcirculatie stabiel, zodat de temperatuur binnen de vereisten blijft.
Controleer altijd de dosis met een gecalibreerde radiometer op het werkoppervlak. Zorg er ook voor dat de stroomvoorziening overeenkomt met de vereisten van de lamp.
Behandel de reinheid van de reflector als onderdeel van de preventieve onderhoudsacties. Besmettingen zorgen ervoor dat fotonen worden verspreid en dat de spectrale zuiverheid snel afneemt.